zaterdag, oktober 31, 2009

Buffelende Burgers


De gemiddelde Middeleeuwse fabel of chanson overdrijft het belang dat de stadsbewoner aan een goede maaltijd hecht maar heel licht. De welgestelde burger kon in de stad over veel meer soorten voedsel beschikken dan op het platteland mogelijk was. Op de markt werd een keur aan waren te koop aangeboden. Straatverkopers kwamen langs. Er waren brood- en pasteienbakkers, cateraars, herbergen en winkeltjes. Aan het begin van de 14e eeuw neemt brood een afnemend percentage in het voedselbudget in, namelijk dertig procent. Vis en vlees moest er op tafel komen. Na 1400 was ook het luxe wittebrood voor grote groepen stedelingen beschikbaar.
Even wat voorbeelden van de vleesconsumptie. In Frankfurt aan de Oder at de gemiddelde burger honderd kilo vlees per jaar aan het begin van de 14e eeuw en in de 15e eeuw at de inwoner van Carpentras 26 kilo vlees per jaar. Hebben we het over vers vlees, niet over hammen, gerookte worsten, spek, of hartige taarten met vlees.
Bedenk daar nog even die 200 vastendagen bij, waarop geen vlees gegeten werd, en het resultaat is nog indrukwekkender. De welgestelde burger at twee maal vlees per dag.

Labels:

vrijdag, juni 19, 2009

Voordelen


Koning Stefanus I van Hongarije dacht heel anders over buitenlanders. Zo rond 1030 verklaarde hij:
De gasten afkomstig uit diverse landen brengen verschillende talen met zich mee, verschillende gebruiken, werktuigen, wapens en deze diversiteit is een sieraad voor het koninkrijk en een juweel voor het hof, en voor de vijanden van buiten een voorwerp van vrees. Want een koninkrijk dat slechts een taal en een soort gebruik heeft, is zwak en broos.

Kijk, dat klinkt toch al weer een stuk prettiger.

Labels:

donderdag, juni 18, 2009

Vooroordelen


Engelsen zijn dronkelappen , Fransen trots en verwijfd, Duitsers ruwe wellustelingen, Normandiers ijdele snoevers, de mensen uit Poitou verraders en avonturiers, de Bourgondiers dom en platvloers, de Bretonnen wispelturig en onbetrouwbaar, de Lombarden gierig, verdorven en laf, de Brabanders bloeddorstige brandstichters en plunderaars en de Vlamingen spilziek, gulzig, zacht als boter en aartslui.
Aldus Jacobus van Vitry in de elfde eeuw. Deze vooroordelen hanteerde men aan universiteiten, waar de docenten en studenten in naties bijeengebracht waren, die overigens nog niets met de territoriale grenzen te maken hadden, of politieke betekenis hadden. Het was meer een kwestie van taal, lees ik bij Jacques le Goff.
Na het uitwisselen van deze beledigingen vielen er vaak klappen, besluit Jacobus van Vitry zijn beschrijving.
Soms denk ik wel eens dat er niet heel veel veranderd is sinds de middeleeuwen, of misschien is het een kwestie van regressie.


Jacques le Goff, de cultuur van middeleeuws Europa, Wereldbibliotheek, 1987.

Labels: