Kersentijd - vervolg

C. bracht op de terugweg uit Groningen kersen mee uit de mooie oude hoogstamfruitgaard in Ochten. Ouderwetse kersen, wat kleiner en wat zachter dan de moderne knapperige kersen van de Betuwse kers, maar zeker niet minder lekker. Helaas de naam vergeten, misschien waren het wel Markiesjes, want als ik het me goed herinner zijn de Zwarte Avezathen donkerder. Veel meerlingen er tussen tot vierlingen toe. Deze soort leent zich goed voor compote en jams. Of de pilau van een paar dagen geleden. Of dit recept:
Duitse Kersensaus voor bij zoete nagerechten
Nodig:
1 pond kersen, 1 eetlepel bloem, 2 eetlepels boter, 2 dl water, 1 wijnglas port, een theelepel geraspte citroenschil (neem een onbespoten citroen) 4 kruidnagelen, 2 eetlepels citroensap, suiker naar smaak.
Bereiding:
Haal de pitten uit de kersen en hak of maal de pitten tot prut, het moet een gladde pasta worden.
Doe de boter en de bloem in een pan en verwarm ze al roerend tot de massa een lichtbruin kleurtje krijgt.
Mik er de kersen en de pittenpasta bij, de port, kruidnagelen en het water. Laat dit zachtjes een minuut of tien pruttelen tot de kersen doorgekookt zijn.
Wrijf het geheel door een zeef of pureer met de staafmixer.
Voeg dan de rest van de ingrediƫnten toe en breng het geheel aan de kook. Proef of je genoeg suiker erbij hebt gedaan.
Laat nog een paar minuutjes pruttelen en serveer de saus warm over een pudding, cake of tulband. IJs mag natuurlijk ook.
Labels: Kersentijd Kersensaus

