dinsdag, juni 16, 2009

Hebzucht


Nog even een hoofdzonde: hebzucht. Afgelopen weekend stond een foto in de krant van een triomfantelijke, brutaal lachende meneer die weliswaar betrapt was met zijn vingers in de koektrommel, maar vond dat hij het volste recht had om te graaien. Dat mocht hij. Anderen mochten dat onbescheiden vinden, hij nam de houding aan van : wie doet me wat? Het was toch niet strafbaar?
Natuurlijk heeft de een in dit ondermaanse meer dan de ander, verdient de een meer dan de ander, dat is inherent aan ons systeem. Maar dat brutale lachje ken ik vooral van mensen die iets pakken waar ze eigenlijk geen recht op hebben: zie maar dat je me wat maakt.
In mijn idealistische studententijd deed ik een tijdlang gevangeniswerk onder leiding van een dominee, in het Huis van Bewaring in Haarlem. Nergens wisten ze zo precies wat erge misdaden waren en minder erge als juist daar. Een kraak zetten in een woonhuis was stoer, je kon betrapt worden, maar het was erger dan het stelen uit een winkel of van een bedrijf, omdat zulks stelen van een anoniem slachtoffer was, net zoiets als belastingfraude. Bejaarde dametjes hun spaarcentjes afhandig maken, stelen van je moeder of je familie als het ware, was iets voor losers. Erger dan het zetten van een stevige kraak. Daar werd heel genuanceerd over gedacht. Wat mij betreft is het in principe allemaal een pot nat, tenzij je van de honger omkomt. Wie meer wil hebben dan waar hij of zij recht op heeft, begaat simpelweg een hoofdzonde, die van de onbeheersbare hebzucht. Waarbij zonder mankeren een ander wordt benadeeld, direct of indirect. Winkeldiefstal zorgt tenslotte voor hogere prijzen in de schappen. Is het bezitten van materiele zaken dan fout? Welnee, het hangt er wel een beetje van af in welke mate je er aan gehecht bent, het een recht vindt, in plaats van een voorrecht.
Hebzucht, gedreven door het meer willen hebben dan een ander, uit afgunst of angst dat de ander misschien anders wel wat meer heeft dan jij, de ander zijn plaatsje in de zon niet gunnen. Allemaal nuances van de hoofdzonde Hebzucht. Lelijke eigenschap. Mensen die daar aan lijden mijd ik als het enigszins kan als de pest.

Het plaatje: Jeroen Bosch, de beurzensnijder. Helemaal links, de compagnon van de goochelaar die met twee tinnen bekers en drie okkernoten een soort balletje-balletje speelt.

Labels:

vrijdag, juni 05, 2009

De zeven hoofdzonden: vraatzucht


Ik kom nog al eens plaatjes tegen waarop Vraatzucht staat afgebeeld. Een van de zeven hoofdzonden, waar mensen kennelijk geen weet meer van hebben. Door de voedingsmiddelenproducenten en verkopers zijn we van drie eetmomenten en twee snoepmomenten (koekje bij de koffie en de thee) naar pakweg elf eetmomenten per etmaal afgegleden. En de omvang van onze lijven groeide mee. Vraatzucht, want heus, alleen gebrek aan beweging is het niet. Ieder pondje gaat door het mondje, zoals een goed oud-Hollands gezegde luidt.
Eten zonder rem is slechts een aspect van vraatzucht, wanneer je er Gregorius de Grot op naleest. Die vindt dat ook buiten het toegewezen uur eten, en de te hoge kwaliteit van het voedsel (te rijk eten), het gebruik van eetlustopwekkende middelen als specerijen en kruiden en gulzigheid naast overmatig eten tot de vraatzucht behoort. Volgens Thomas van Aquino mag je best trek in eten hebben en van het eten genieten, maar overdaad schaadt en volproppen uit den boze. Op de plaatjes zie je toch vooral slempende lieden. In de arme middeleeuwen zal dat eerder een zondige droom (luilekkerland, kokanje) geweest zijn dan de werkelijkheid.

Labels: