zondag, juni 15, 2008

Dadels


Opmerkelijk nieuws in Science. De Israelische onderzoekster Elaine Solowey stopte in januari 2005 drie dadelpitten in potgrond en nu is er een keurig boompje. Dat valt te verwachten, maar in dit geval is het bijzonder, omdat het tweeduizend jaar oude pitten uit de opgravingen van Masada zijn. Die opgravingen vonden plaats in de jaren zestig van de vorige eeuw. Masada bevindt zich op een plateau 434 meter boven de spiegel van de Dode Zee. De nederzetting is waarschijnlijk door koning Herodes 40 BC gebouwd als verdedigingswerk en viel in het jaar 73 na driejarig beleg in Romeinse handen. Flavius Josephus heeft het verhaal van het beleg uitvoerig beschreven.
De bewoners van Masada hebben zich niet massaal overgegeven, maar pleegden ook niet collectief zelfmoord. Sommigen hebben zich verstopt in grotten in de berg, want bij de opgravingen kwamen onder de ruine 25 skeletten tevoorschijn. En daar zijn ook de dadelpitten gevonden. Die moeten dus dateren van voor de val in 73. C14-datering bevestigt dat. In die tijd hebben er dadelpalmbossen gestaan langs de Jordaan.

De onderzoekers hebben inmiddels uitgevonden dat ongeveer de helft van het genenmateriaal van deze oer-palm overeenkomt met de huidige dadelpalmen. Op dit moment weten de onderzoekers nog niet of het om een mannetje of vrouwtje gaat. Is het laatste het geval, dan willen ze proberen vruchten te kweken en te kijken hoe die er uit zien en wat de eigenschappen daarvan zijn.
Naast voedingsstof en zoetstof werden er in de oudheid ook medicinale krachten aan de dadelpalm toegedicht.

De Masada-dadelpitten zijn zeker niet de oudste archeologische vondsten. In het midden-paleolithicum stonden er al dadelpalmen bij Shanidar in Irak. En in 2050 leverden de dadelplantages in Ur ruimschoots voldoende dadels op.
Herodotus schrijft dat hij overal tijdens zijn reizen dadelpalmen tegenkomt, die de mensen suiker, voedsel en wijn, in feite alles wat ze nodig hebben verschaffen.
Plinius beschrijft de verschillende soorten dadelpalmen die hij kent, in het bijzonder de caryotae, die vooral rond Jericho in Judea groeide en een hoge opbrengst had. En juist deze sappige dadel gebruikt Apicius het liefst in zijn recepten.

Labels: